Het houdt niet op. De belangrijkste bijzaak van de wereld blijft ons bezig houden: voetbal. Terwijl de selectie van MVV de eerste intervaltrainingen onder interim coach Ron Elsen ‘absolviert’ om gestaag voldoende ‘Laufpensum’ op te bouwen verkeert het Nederlands elftal nog steeds in Zuid Afrika. Wat heet, zondag 11 juli gaat Oranje voor de derde maal trachten de Coupe Jules Rimet te veroveren. Gelukkig geen finale tegen Duitsland. Niet omdat ik de Duitsers sterker acht dan acht Catalanen in een Spaanse outfit. Als een ploeg mooi en aanvallend ‘one touch’ sambavoetbal speelt, zijn het wel de Iberiërs. De geruststelling niet tegen de Oosterburen te spelen heeft vooral te maken met mijn vrees dat nog teveel mensen een wedstrijd tegen Schweinsteiger und Freunden zien als een wraakoefening in plaats van een sportieve tweekamp. In deze tijd van korte lontjes en de ‘ik mag zeggen en doen wat ik wil mentaliteit’ gecombineerd met een behoorlijke zomertemperatuur en de nodige alcoholische versnaperingen ben ik overtuigd dat het goed is om de avond van 11 juli alleen maar blij of teleurgesteld te zijn vanwege de winst of verlies tegen de huidige koningen van technisch begaafd voetbal: de Spanjaarden. Het 1974 gevoel, voor inmiddels een behoorlijk aantal mensen net zo veel geschiedenis – in de zin van niet meegemaakt maar wel veel over gehoord, gelezen en gezien, als de Tweede Wereldoorlog – geeft nog bij te veel landgenoten niet gekanaliseerde onrechtgevoelens en impulsen van agressie aan hun zielige Calimero karakters. Wie uitkeek naar een vergelding van een – door eigen schuld geleden – nederlaag van 36 jaar geleden wordt gelukkig niet beloond. Neemt niet weg dat ik zelf ook erg uitkijk naar een wereldtitel. En ik geef toe dat enige zoete gevoelens van lekker ‘puh’ zeker een rol spelen. Vooral naar de eeuwig en altijd aan de kant staande beste stuurlui van de natie, aangevoerd door Johan C., Johan D. en onze regionale voetbalbetweter en grapjas Ivar H. Nooit kunnen ze meer een letter schrijven over dat het met Nederland als voetballand toch nooit echt iets wordt. Dus Bert en de man die al weken bewijst dat je ook na je dertigste best nog ten goede kunt veranderen Marc van Bommel: we kunnen in ons volkslied die verrekte koning van Spanje – Philips de Tweede – wel vereren, maar zijn vazallen Fernandez Alvares de Toledo en Allesandro Farnese, beter bekend onder hun spelersnamen Hertog van Alva en Hertog van Parma, hebben ons in de 16e en 17e eeuw 80 jaar lang, ja dat is wat anders dan die pietluttige vijf jaar van de Duitsers een half eeuwtje geleden, de zeik lauw gemaakt. 11 juli derhalve toch een fantastische gelegenheid de nazaten van die Armada-gasten met een flinke Spaanse peper in hun – jullie weten wel waar – naar huis te sturen en via het IJ – luidkeels het Piet Hein geuzenlied te zingend – Amsterdam met Coupe Jules Rimet binnen te varen.
Laurens Bouvrie



