Een zucht van verlichting ging door mij heen toen Story bekend maakte dat het huwelijk van Onno Hoes en Albert Verlinde gered was. Zondag sprak onze burgemeester nog in het Centre Ceramique de woorden die vooral door pas ontslagen voetbaltrainers gebruikt worden: “ Wanneer je houdbaarheidsdatum voorbij is moet je opstappen.” Ik begrijp nu pas waarom hij dat met zoveel ‘leidenschaft’ zei. Zowel als burgemeester van de stad die hij inmiddels zo lief heeft en als echtgenoot van zijn dierbare Albert gaat hij nog jarenlang zijn mannetje staan. Dat doet mij deugd voor hem en hem en voor de stad Maastricht. Die twie doen het namelijk prima hier in ons provinciestadje. Ja u leest het goed. P R O V I N C I E S T A D J E. In het gesprek dat Onno Hoes zondagmiddag, tijdens de eerste “Sphinx Gesprekken” geleid door een superbe gespreksleider Felix Meurders, met Maastrichtse inwoners voerde kon ik niet anders dan die conclusie trekken. Angst en achterdocht voor een stad in ontwikkeling zit diep ingebakken. Te veel winkels die te veel toeristen naar de stad trekken, te veel verkeer, te veel coffeeshops, te veel tunnels en de nieuwste rage: te veel Duitse studenten. Met andere woorden: Maastricht is niet meer van de Maastrichtenaar. Ik zag en hoorde vooral een zelfverzekerde burgemeester antwoorden. Weliswaar beleefd en waar nodig gepolijst liet hij weten dat men wel moet beseffen dat we in een stad wonen. En in een stad beweegt. Het liefst vooruit. Sterker nog dat is een must. Hij zei het niet, ik wel: menig Maastrichtenaar wil in zijn stad vooral niks. Oké, ik chargeer. Carnaval en de stadsprocessie leidt tot weinig discussie. Waar iedereen die een beetje besef heeft dat een stad die krimpt geen toekomst ziet, wil een niet onaanzienlijk deel van de Sjengcity burgerij het liefst terug naar de tijd dat we Oonder Us waren. Die pagina is niet voor niets de meest populaire rubriek van Stadskrant De Ster.
Waar de Story overigens niet over schreef en zelfs nog niet in Arie’s Confettie aan de orde kwam: de zware relatiecrisis tussen de Maastrichtse ministers Maxime Verhagen en Gerd Leers. Verhagen liet deze week zijn partijgenoot als een baksteen vallen. Dee inmiddels oets vaan us kreeg geen millimeter rugdekking van zijn partijgenoot toen hij door Wilders tot de orde werd geroepen omdat Leers iets positiefs over immigratie had laten optekenen. Genadeloos hard speelde Verhagen het spel om PvdA coalitiegenoten als halfzachte eitjes en onbetrouwbare schepselen neer te zetten. Naar gedoogpartner PVV en diens leider buigt hij als een onderdanig kamermeisje in een duur New Yorks hotel naar een man die in Inspector Clouseau Engels naar zijn specialiteiten vraagt. Erger nog. Weet Gerd Leers eindelijk een keer het thema immigratie met iets positiefs op de agenda te zetten, wordt hij door zijn eigen partijgenoot gesommeerd De Grote Angstleider te bellen om te zeggen dat hij dit allemaal niet zo bedoeld had. Ik wacht – met smacht – dat Gerd Leers tegen Verhagen zegt: Doe eens normaal man!








































