“Laurens, wat vindt jij er vandaag allemaal van?” Die vraag stelde mij woensdagavond Facebook vriend A. Dacht ik. Toen ik namelijk terugschreef: “Waarvan mijn waarde vriend?”, bleek alras dat ik een etmaal te laat was. Hij vroeg mijn mening over het gespartel van de PvdA en de in geel verpakte rode kaart aan de liefste man van de Tweede Kamer Job Cohen. Of ik hem later mocht antwoorden. Ik had namelijk nogal haast, want dochter Iris moest worden opgehaald in Heerlen. Op maandag en vrijdag heeft het wicht vrij van school. Dan is het logisch dat je zo nu en dan op woensdag lessen geeft tot een uur of half elf in de avond. A., minstens net zo een aardige rooie als de voormalig Rector Magnificus van de Universiteit Maastricht, gaf – inclusief een smiley – te kennen dat ik dat altijd mocht doen. Voor een keer zette ik mijn mening in de wachtkamer.
Onderweg naar waar je als Maastrichtenaar toch liever niet naar toe rijdt, reed een Belg met veertig over de Kennedybrug. Even tevoren zag ik hem nog de lus opknallen vanaf de Maasboulevard. Op weg naar de prachtig aangelegde chicane, waar nu in plaats van rechts uitsorteren links moet worden aanhouden om de autoweg richting Luik te nemen, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel de zuiderbuur met een noodgang naderen. Zijn rechtervoet had het gaspedaal weer gevonden. Jacky Ickx wist de weg hier. Hij bleef mooi links rijden, wetende dat hij zo meteen op die manier de verrassende nieuwe afslag richting de Waalse hoofdstad kon nemen. Wat hij niet wist, inmiddels reed hij op de bumper van een voorganger, is dat de verkeerssituaties op de Kennedybrug momenteel ieder kwartier wijzigt. Zo kort op zijn voorganger rijdend ontnam hem in ieder geval dusdanig het zicht dat hij niet zag dat zijn weghelft voor de afslag naar links tijdelijk was afgesloten. Het moment dat de auto voor hem naar de rechter rijstrook verhuisde was voor de Belg het sein zijn zware voet nog wat extra gewicht te geven. Met een kilometertje of zeventig denderde hij op een mooi verlichte pijl geparkeerd op een aanhanger af. Vol in de ankers kwam hij vlak voor het obstakel tot stilstand. Terugdenkend aan A’s opmerking vroeg ik de Belg: “Wat vindt jij hier nu allemaal van.” Inmiddels honderden meters achter mij van de schrik bekomend gaf de vlerk geen antwoord. Waarschijnlijk een eentalige Waal die mijn brandende vraag niet begreep.
Ik tufte verder richting de Oostelijke Mijnstreek. Op Radio 2 hoorde ik ene Theo Verheij. Te gast in het prachtige radioprogramma Het Theater van het Sentiment. Het is op de radio 5 oktober 1987. De man vertelt over zijn werk als droomgroepenbegeleider. Mensen die wekelijks bij elkaar komen om hun dromen prijs te geven. Hij helpt mee de symboliek van het gedroomde realiteitswaarde te geven. Iedere droom, zo zegt Theo, moet je pellen als een ui. Ik denk aan Job Cohen en aan de vraag van vriend A. Ik weet wat ik hem morgen zal antwoorden.












