Over de Amstel Gold Race: “Ik ben nieuwsgierig naar de prestaties van Rob Ruygh. Op minder dan zes kilometer van de finish passeert hij zijn eigen woning. Meer motivatie om mee voorin te zitten lijkt me niet nodig.”
Nederlands enige wielerklassieker Amstel Gold Race gaat morgenvroeg weer van start op de Markt in Maastricht. Na de Vlaamse Klassiekers en de helletocht over de keien van Parijs – Roubaix wordt in de Limburgse hoofdstad het Ardeense drieluik geopend: Amstel Gold Race – Waalse Pijl – Luik-Bastenaken-Luik. Aan de vooravond van de koers door het Zuid-Limburgse heuvelland sprak Maastricht Aktueel met Maastrichtenaar John Gerards. Senior Manager Marketing Europe bij Vacansoleil, touroperator voor luxe campingvakanties. Voor de wielerliefhebbers evenwel vooral de naamgever aan de succesvolle profwielerploeg met onder andere het Limburgse toptalent Wout Poels in de gelederen.
John Gerards, 49 jaar, kent de klappen van de zweep in de sportwereld. In de jaren ’90 bekleedt hij bij MVV de functie van commercieel directeur. Om in het begin van dit millennium over te stappen naar de Brabantse campingvakantie specialist Vacansoleil. Vanuit zijn marketingwerk blijft hij dicht bij de voetbalwereld. Zijn werkgever sponsort tal van Europese voetbalverenigingen. Onder andere PSV, MVV, Torino, Sheffield Wednesday en Schalke ’04.”
Waarom maakte Vacansoleil de overstap naar wielrennen?
John Gerards: “Dat kende een aantal redenen. De voornaamste mag genoemd worden: uniformiteit. Daar bedoel ik mee te zeggen dat we onze naam en ons huislogo overal waar we verschijnen in dezelfde vorm terugzien. Schalke ’04 is blauw wit en PSV rood wit en zwart. Bij iedere voetbalploeg is de uitstraling toch weer anders. In de wielrennerij ben je feitelijk je eigen ploeg. Of je nu in Spanje of in Polen fietst, iedereen ziet altijd dezelfde uitstraling van ons team. Bijna net zo belangrijk is natuurlijk het gegeven dat je ploegnaam tevens de naam is van je bedrijf. Op het gebied van branding (het verkrijgen van naamsbekendheid red.) een prachtig gegeven. In België is Vacancsoleil inmiddels net zo bekend als in Nederland.”
Wat doet een Senior Manager Marketing Europe voor de wielerploeg?
John Gerards: “Ja dat is nogal een naam. Simpel gezegd en omschreven ben ik de contactpersoon tussen het bedrijf en het wielerteam Vacansoleil. Ik zorg voor een rijtje
aan zaken dat goed moeten lopen. Met als doel zorgen dat het bedrijf commercieel voordelen heeft van deze manier van sponsoren alsmede dat het team de mogelijkheden krijgt om optimaal te presteren. Mijn verantwoording is dat facilitair alles klopt. De teambus, de voertuigen en hotels moeten voor de teamleiding geen vragen opleveren. Zij moeten alleen bezig zijn het sportieve gedeelte. Belangrijk is natuurlijk zorgen dat het wielrennen de juiste exposure oplevert. Daar doen we het tenslotte voor. We steken enorm veel geld in ons team. Voor bedrijf als sportploeg is het van levensbelang dat dit uiteindelijk er toe leidt dat we in Europa veel vakanties verkopen.”
Bestaat er ook zoiets als maatschappelijk verantwoord wielrennen?
John Gerards: “Jazeker. Op de eerste plaats moet dan al gezegd worden dat de wielrensport en met name de sporters zelf op hun manier zeer maatschappelijk verantwoord bezig zijn. Geen topsporter ter wereld is makkelijker benaderbaar dan een wielrenner. Voor de wedstrijd kunnen supporters nog een praatje met die mannen maken. Dat is de gewoonste zaak van de wereld. Dat lijkt een kleinigheid, maar probeer dat maar eens bij andere mondiale topsporters. Wielerliefhebbers zijn te vinden in alle geledingen van de samenleving. En in heel veel landen. Zeker in België, Frankrijk, Spanje, Italië en Nederland. De wielrensport is onder andere zo populair vanwege de ‘aanraakfactor’. Wielrenners staan heel dicht bij het volk. Dat vinden de fans geweldig.
Maar we doen ook vanuit de marketingsfeer werk in die richting. We organiseren vier keer per jaar de Vacansoleil 4 Challenge. Dat is een toertocht door ons georganiseerd. Iedereen kan daar aan meedoen. Van jong tot oud en voor beginners en doorgewinterde fietsers worden parcoursen uitgezet. En niet alleen het fietsen zoals wij met ons team doen wordt daarin georganiseerd. Ook het bij de jeugd razend populaire BMX racen en mountainbiken is daarin opgenomen. Ik hoop van harte dat we dit ook een keer in Zuid Limburg kunnen organiseren. Probleem is dat we hier in onze regio een overvolle wieleragenda kennen. Maar wie weet, lukt het een keer.”
Wat verwacht je van deze editie Amstel Gold Race?
John Gerards: “Fijne vraag altijd. Niks moeilijker dan een winnaar voorspellen van een klassieker. Laat ik mijzelf beperken tot onze eigen ploeg. Ik hoop dat we een podiumplek halen. Dat mag geen ijdele hoop genoemd worden. We hebben een sterk en goed collectief. En niet te vergeten een aantal jongens die op dit geaccidenteerd terrein uitstekend uit de voeten kan. John Hoogerland kan, met goede benen, lang mee met de voorste. Dat geldt zeker ook voor Wout Poels. Hij voelt zich goed en het is voor hem als Limburger toch een beetje zijn koers. Stijn de Volder is geen uitgesproken favoriet. Toch meer een man van de Vlaamse klassiekers. Evenwel een prachtig allround renner die zeker zijn steentje kan bijdragen aan een eventueel succes voor ons. Dat geldt net zo voor Marco Marcato en Sergey Lagutin. Zelf ben ik vooral nieuwsgierig naar de prestaties van Rob Ruygh. Op minder dan zes kilometer van de finish passeert hij zijn eigen woning. Meer motivatie om mee voorin te zitten lijkt me niet nodig.”
U fietst zelf ook. Staat er nog iets moois op het programma?
John Gerards: “Jazeker. We – met een aantal vrienden fiets ik regelmatig door het Limburgse heuvellandschap – zijn begonnen aan de voorbereidingen voor HET wielerfeest van Maastricht: De Ronde van Wolder. Een prachtig georganiseerde wielerwedstrijd. Daar pronken mijn vrienden en ik bij de toerfietsers een paar uur met onze Vacansoleil pakjes. Enige verschil met de echte mannen: het gaat een stuk langzamer en toch zien we meer af. Gelukkig is de ravitaillering na de koers van een uitstekende kwaliteit en kunnen we weer snel krachten opdoen.”





