Het was vrijdagavond afzien tijdens de preview van de Mestreechter Vastelaovend. Kou, wind en sneeuw stelden de stappers voor een hels dilemma: buiten toch de kou trotseren of gemangeld worden in overvolle kroegen.
Half zes in de avond. De Tribunal aan de Tongersestraat is vol, bomvol. Het is een kwestie van tactiek om de drukte zo min mogelijk te merken. In dit café is het dan na binnenkomst links afslaan en naar de hoek gaan waar ooit de fameuze striptease biljart stond. Dat levert twee keer een probleem op: het duurt even voor men die hoek bereikt heeft en als de tocht naar een andere kroeg wordt voortgezet de uitgang weer halen is een kleine survival.
Door naar de Struys aan het Vrijthof. Het is buiten aanmerkelijk minder druk dan andere vrijdagavonden voor carnaval. Toch bestellen we ons eerste pilsje buiten aan de bierkiosk. Na een kwartier krijgt de kou te veel vat en wordt het gewoonweg onaangenaam. Dan toch maar een poging binnen te zien geraken. Dat kost geduld. Meer nog moet men goed gehumeurd zijn en vooral niet claustrofobisch zijn aangelegd. Eenmaal binnen is het vooral een kwestie van met de beweging van de massa mee te liften. Niet bepaald iets voor tegendraadse mensen. De sfeer is trouwens prima maar voor de liefhebber van een carnvalesk gesprek toch niet wat hij zoekt.
Later op de avond besluit de eigenaar van de Struys twee mensen aan de deur te zetten om de drukte binnen beheersbaar te houden. Een verstandig beslissing die echter door sommige lieden die, door deze maatregel, niet direct naar binnen mogen wordt gewaardeerd. Dat terwijl juist deze noodzakelijke limiet wordt gehanteerd ter wille van ieders veiligheid.
In de Platielstraat praten we met Remco Brouwer, eigenaar van café Moutan Blanc en Brittanique. De Moutan is ook overvol. De kou drijft ook daar iedereen de kroeg in. Wij besluiten dan maar het café aan de Kersenmarkt over te slaan. Tegen beter weten in gaan we naar de Karkol. Een van de meest populaire cafés van Maastricht en ‘n piepelaoj groot enteren vereist bijna de brutaliteit van Somalische zeerovers. Hetgeen ons, gecombineerd met enige Maastrichtse charme, lukt. So far so good. Evenwel, terwijl uw reporter rechtdoor richting serre loopt besluiten zijn kompanen bij binnenkomst gelijk rechtsaf te slaan. Na een tocht van tien meter in tien minuten de serre bereikt te hebben constateert hij vrij snel dat zijn vrienden niet dezelfde weg hebben gevolgd. Weer tien minuten later heeft hij de andere kant van de kroeg bereikt om daar te genieten van een gratis sauna en mangelmassage. Desalniettemin is ook hier de sfeer meer dan goed. Zonder overleg besluiten we toch een dik uurtje te genieten van onze verworven positie. Warempel een keer in dat uur ontstaat er zoiets als ruimte. Heel even zijn zelfs de vloertegels te zien en lukt het een pirouette te maken.
Via het Onze Lieve Vrouwenplein waar het de helft minder druk lijkt dan we gewend zijn lopen we naar een van de epische centra van de straatcarnaval: De Belsj. Eerst nog echter oog voor klein menselijk leed. Op het plein staat een oliebollenkraam met daarin een oliebollenmeisje. Ze heeft het zichtbaar koud en toont nog meer dat ze er geen zak aan vindt. Het lijkt er niet op dat ze al veel te doen heeft gehad en of dat later die avond wel nog gaat gebeuren is voor ons passanten nog maar de vraag. En haar expressie ziend voor haar al een weet.
Bij de Belsj buiten is het snerpend koud. Toch staat het voor de kroeg redelijk vol. Niet logisch denkt u? Dat wordt het wel als men probeert een poging naar binnen te wagen. Er is simpelweg geen doorkomen aan. Dan maar figureren in Die Hard VI op de klinkers van het straatje Steine Brögk. Tot we de eerste ijsschotsen op ons pils zien drijven blijven we hangen. Om daarna terug bij af, zonder 200 euro te krijgen, weer in de Tribunal terug te keren.
De jongere generaties uit Maastricht krijgen eindelijk hun eigen ervaring over een echte koude carnaval en hoeven niet meer ieder jaar weer alleen te luisteren naar de sterke verhalen van ouwe knarren over DE wintercarnaval van 1969.