Vier hoogleraren van de Universiteit Maastricht ontvingen vandaag een Koninklijke onderscheiding. De hoogleraren Arnoud Arntz, Wiel Kusters, Harry Struijker Boudier en Cees van der Vleuten werden benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Ze kregen het lintje vanochtend uitgereikt in aanwezigheid van een van de drie leden van het College van Bestuur van de UM. Alleen prof. Struijker Boudier, die in het buitenland is, werd telefonisch op de hoogte gebracht en neemt zijn lintje begin volgende week in ontvangst.
Prof. dr. Arnoud Arntz (1956), hoogleraar Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie (EPP), is onder meer voordragen omdat hij al jaren een onvermoeibare bruggenbouwer is tussen de wetenschap en de praktijk. Hij is de grondlegger van het langlopende samenwerkingsverband tussen de Universiteit Maastricht (UM) en de RIAGG Maastricht op het terrein van toegepast klinisch onderzoek en academische patiëntenzorg: een voorbeeld van de valorisatie van wetenschappelijke kennis avant la lettre. Mede hierdoor heeft de onderzoeksgroep EPP een gerenommeerde internationale naam opgebouwd. In veel gevallen heeft zijn werk bijgedragen aan de verbetering van de zorg in de GGZ. Met name zijn onderzoek naar de Borderline Persoonlijkheidsstoornis was recentelijk van grote betekenis voor deze patiëntengroep.
Arntz is wetenschappelijk directeur van zowel het Maastrichtse onderzoeksinstituut Experimentele Psychopathologie als van de gelijknamige Nederlands-Vlaamse onderzoekschool. Daarbij is hij een innemende persoonlijkheid die zichzelf niet op de voorgrond plaatst maar bijvoorkeur vanuit een luisterende houding op onnadrukkelijke wijze zijn visie op zaken naar voren brengt. Tot slot is de hoogleraar gevorderd amateurmusicus en initiator van enkele specialistische muziekgezelschappen.
Prof. dr. Wiel Kusters (1947), hoogleraar Algemene en Nederlandse Letterkunde, heeft als literatuurwetenschapper breed gepubliceerd op het gebied van de moderne poëzie en geldt als een groot kenner van het werk van Gerrit Kouwenaar. Kusters staat binnen de faculteit bekend als een van de meest inspirerende docenten. Hij houdt van het lesgeven en kan prachtig college geven.
Baanbrekend is zijn onderzoek naar de relaties tussen literatuur, techniek en wetenschap. Deze thematiek leidde tot een prachtige studie over de literaire verbeelding van het mijnwerkerleven: Versteende Wouden (1999; samen met Jos Perry). Momenteel legt Kusters de laatste hand aan de biografie van Pierre Kemp, over wie hij al eerder meerdere malen heeft gepubliceerd.
Kusters dicht op hoog niveau, maar is ook bestuurlijk en redactioneel zeer actief. Zo was hij ondermeer lid van de Raad voor Cultuur en redacteur van De Gids (van 1983 tot 1996).
Zijn bijzondere belangstelling voor de gedragsbiologie en vooral de geschiedenis daarvan, verwerkt hij op originele wijze in zijn recent verschenen monografie over de dierenverhalen van Anton Koolhaas (2008). In 2007 werd hem de Eremedaille der Provincie Limburg toegekend ‘in verband met zijn veelzijdige en belangrijke verdiensten op literair gebied en voor de cultuurhistorie in Limburg’.
Prof. dr. Harry Struijker Boudier (1950), hoogleraar Farmacologie, heeft een belangrijke rol vervuld voor het nationale en internationale imago van huidige School for Cardiovascular Diseases (CARIM). Hij heeft met CARIM mede de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences en de Universiteit Maastricht nationaal en internationaal op de kaart gezet.
Struijker Boudier gaf als voorzitter 15 jaar leiding aan de vakgroep Farmacologie & Toxicologie. In deze periode is hij tevens vijf jaar voorzitter geweest van het bestuur van het onderzoeksinstituut Hart- en Vaatziekten, de huidige School for Cardiovascular Diseases (CARIM). In een aansluitende periode van zeven jaar heeft hij de functie van wetenschappelijk directeur van de School CARIM vervuld. In deze functie heeft hij in belangrijke mate bijgedragen aan de verdere succesvolle uitbouw van CARIM.
Op dit moment is hij vice-voorzitter van de Council of the European Society of Hypertension. Hij heeft 37 promovendi begeleid, waarvan er inmiddels vijf hoogleraar zijn. In 2001 werd hij benoemd als eredoctor aan de Université de Liège. In 2002 ontving hij de prestigieuze Prix Descartes-Huygens van de Franse regering. Sinds 2003 is hij lid van de Nederlandse Academie van Technologie en Innovatie.
Prof. dr. Cees Van der Vleuten (1956) is hoogleraar Onderwijs en wetenschappelijk directeur van de School of Health Sciences Education van de Universiteit Maastricht. Hij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de ontwikkeling van het innovatieve onderwijsconcept in de brede zin van het woord binnen de Universiteit Maastricht en in het bijzonder binnen de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences. Door deze activiteiten heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de sterke internationale en nationale positie van de Universiteit Maastricht.
Hij heeft onder meer bijgedragen aan de ontwikkeling van het nieuwe curriculum van de opleiding Geneeskunde (curriculum 2001). Voorts is hij wetenschappelijk directeur van de Masters of Health Profession Education, voorzitter van de vakgroep Onderwijsontwikkeling en -research, wetenschappelijk directeur van het Onderzoeksinstituut op het gebied van Onderwijs en lid van het Managementteam van de nationale onderzoekschool op het gebied Onderwijs (ICO). Hij heeft 38 promovendi begeleid die hun promotietrajecten al hebben afgerond en hij superviseert 33 promovendi.
Tot slot verwerft hij veel vermogen ter ondersteuning van het onderzoek en heeft hij diverse prestigieuze prijzen en onderscheidingen verkregen waaronder het Spinoza hoogleraarschap van de Universiteit van Amsterdam, de John P. Hubbard Award (career award) en The Richard Farrow Gold Medal (career award).