Posted on 01 June 2010
Drie Italiaanse promovendi die op hetzelfde tijdstip gaan promoveren op hun drie proefschriften, waarbij ze elkaar steunen als paranimfen. Dit unicum vindt woensdag 2 juni plaats aan de Universiteit Maastricht. De promotor van het Italiaanse drietal is bovendien emeritus hoogleraar prof. dr. Coen Hemker, die in 1976 eveneens de allereerste promotie aan de Universiteit Maastricht voor zijn rekening nam.
Augusto Di Castelnuovo, Romina di Giuseppe en Emanuela Napoleone zijn leerlingen van prof. De Gaetano van het Nu Re Artu Instituut in Campobasso. Prof. Hemker en hij kennen elkaar al vele jaren en zodoende kwam deze bijzondere situatie tot stand.
De rode draad door de drie proefschriften is het verband tussen voeding en thrombotische hart- en vaatziekten. Di Castelnuovo’s werk is een uitgebreide en nauwkeurige analyse van de epidemiologische gegevens die aantonen dat matig alcoholgebruik hart en bloedvaten beschermt. De promovendus wijst erop dat dit vooral geldt voor rode wijn, gedronken bij de maaltijd. Bier heeft minder effect en af en toe een excessieve drinksessie is, uit gezondheidsoogpunt, af te raden.
Di Giuseppe maakt het waarschijnlijk dat het de combinatie van alcohol en antioxidantia in rode wijn is die voor het gunstig effect verantwoordelijk is, en wel via een invloed op de vetzuren van het bloed. Verder heeft zij gevonden dat bittere chocola een daling veroorzaakt van het eiwit CRP, dat een indicator is voor chronische ontsteking. Verhoging van dat eiwit wijst eveneens op een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
Het proefschrift van Napoleone, tenslotte, poogt, naast een aantal andere zaken, een antwoord te geven op het waarom achter deze epidemiologische waarnemingen.
Prof. dr. Coen Hemker; “Hun gezamenlijke onderzoek onderbouwt wetenschappelijk wat al een tijdje rondzingt; namelijk dat een beetje wijn nog zo slecht niet is voor de gezondheid.” Voor professor Hemker zijn die de 65e, 66e en 67e promoties die onder zijn supervisie tot stand komen.
Posted on 10 March 2010
Gerard Brouns is de zestigste en laatste promovendus die kan zeggen dat hij is gepromoveerd bij prof. dr. Hans Philipsen, hoogleraar Medische Sociologie aan de Universiteit Maastricht. Donderdag 4 maart oefende Philipsen zijn promotierecht voor de laatste keer uit. Komende zomer wordt de oud-rector 75 jaar, tien jaar geleden ging hij al formeel met emiritaat. Hij kan terugkijken op een rijke carrière binnen en buiten de UM.
De ‘jubileumpromotie’ werd voorgezeten door rector magnificus prof. mr. Gerard Mols, die ook enige woorden aan dit feit wijdde. De promotie binnen de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences had als titel “Sociaal-Psychiatrische verpleegkunde: de ontwikkeling van een verpleegkundig specialisme in het domein van de Nederlandse sociale psychiatrie”.
Levensloop
Hans Philipsen (1935) studeerde sociologie en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1959 deed hij zijn doctoraalexamen. In 1968 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam bij prof.dr. A.N.J. den Hollander op ‘Afwezigheid wegens ziekte: een onderzoek naar oorzaken van verschillen in ziekteverzuim tussen 83 middelgrote bedrijven”. In 1968 werd hij benoemd tot hoogleraar Methoden en Technieken van Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1974 koos hij op inhoudelijke gronden voor een overstap naar de Medische Faculteit Maastricht, als hoogleraar Medische Sociologie.
De UM vormde een uitdaging omdat er vernieuwingen zowel in het onderwijs als het onderzoek plaatsvonden. Binnen de Medische Sociologie richtte hij zich vooral op het terrein van de (thuis)zorg voor chronische patiënten en op dat van de plaats van de verpleging en het verschijnsel “care” in de gezondheidszorg, zonder overigens de theoretische studie van de gezondheidszorg als sector van de samenleving te verwaarlozen. Van 1976 tot 1980 was hij de eerste voorzitter van de Universiteitsraad en eerste verkozen lid van het College van Bestuur. In 1980 werd hij voor 3 jaar (bouw)decaan van de Faculteit der Gezondheidswetenschappen. Vanaf 1983-1990 was hij tevens belast met de opbouw van Verplegingswetenschap. Van 1993 – 1995 was hij Rector Magnificus van de UM en daarna vice-voorzitter van het College van Bestuur. De laatste twee jaar was hij naast het facultaire werk vice-rector Internationalisering.