Woensdagavond 13 mei, 22.36 uur. Computer aan, televisie uit. Een column moet worden geschreven. Makkelijkste onderwerpoptie, mijn gal spuien over het matige tot
soms slechte spel van Oranje, ga ik niet lichten. Meer dan genoeg columns, commentaren en zwetsprogramma’s die daar dagenlang mee zijn gevuld. Mijn mening over de nederlaag tegen onze oosterburen bespaar ik u dus. Geen behoefte te laten weten dat ik het, voor een keer, eens was met Jan Mulder. Onze twee controlerende middenvelders vergaten niet alleen te controleren maar deden niet eens mee aan de wedstrijd. Hetgeen tegen Denemarken en de Duitsers leidde tot een groot Oranje gat op het middenveld. Toch verloren we daardoor niet de eerste twee wedstrijden in de poule des doods. Er is maar een schuldige: moi! Tegen Denemarken: niks van spanning in mijn lijf. Tegen die Mannschaft slechts een lichte, nauwelijks voelbare, vibratie. Dan weet ik: het wordt niks. Spanning in mijn droomcorpus is de basisvoorwaarde voor een optimaal Oranjeresultaat. Zeker tegen minimaal gelijkwaardige tegenstanders. Zoals ik 9 en 13 juni op de bank zat, relaxed maar ongeconcentreerd, zo speelde het team van Bert van Marwijk. Geheel vrijblijvend. De winnaarsmentaliteit bij een groot deel van de ploeg volledig afwezig. Bij mijzelf nog minder. Dan vilein – de pen in het azijn gedoopt – in een nog niet getatoeëerde arm of rug van een van de selectiespelers mijn bijdrage aan het echec van Charkov te krassen; daar pas ik voor. Mijn wanprestatie op de bank, apathisch kijkend zonder ook maar een vloek of emotie-uiting te produceren – geeft geen enkel recht op kritiek.
Daarom liever terug naar de ochtend van de 13e juni. Die morgen wist de onvolprezen professor doctor Gerard Rooijakkers een deel van de crème de la crème van de Limburgse literaire wereld naar Maastricht te lokken. Om een zaal met open mond en gespitste oren te houden heeft de directeur van BV Limburg overigens geen gastsprekers nodig. Wat een spreker is die man! En net zoals zijn rijke programma-agenda, van een van Maastrichts leukste culturele organisaties, is hij van top tot teen nog een bezienswaardigheid ook. Wie hem niet kent en ontmoet weet gelijk dat hij professor doctor is. Een levend stripfiguur, doorspekt met humor en kennis. Een prachtige combinatie. Woensdag introduceerde hij een nieuwe loot aan de al rijk gevulde boom van BV Limburg: een schrijversportaal voor aspirant scribenten van het literaire woord. Zij mochten een ochtendje sparren met een vijftal neusjes van de Limburgse literaire zalm. Waaronder Jacques Vriens en Connie Palmen. Na de masterclass in de Hoofdwacht raakte ik, op mijn favoriete terras aan het Vrijthof, spontaan in gesprek met Connie Palmen, de schrijfster van een van mijn top 10 boeken: Lucifer. Nota bene: zij begon. De conversatie ging als volgt: CP: “Hoe laat begint de wedstrijd Nederland – Duitsland?” LB: “Om kwart voor negen. Dat gaat u makkelijk redden.” CP: “Dank u wel”. LB: “Graag gedaan”. Ik weet het nu zeker. Op dat moment werd de basis gelegd van een kansloze nederlaag van Oranje tegen Duitsland. Literaire werken kennen zelden een goed einde.
Laurens Bouvrie

